homelespakkettenblogover justcare contact
 
Binwa en Byaombe
We hebben geen rooie cent

In een klein ziekenhuisje in Fizi, in Oost-Congo zitten twee vrouwen met een kind op schoot op hun bed. De klamboes zijn weer opgerold, kinderen lopen tussen de bedden. De tweeëntwintigjarige Binwa Wilonda heeft haar zoontje Isaac Alimasiel op schoot. Isaac is nog geen twee jaar oud, maar is sinds vijf dagen opgenomen in het ziekenhuis met ondervoedings-verschijnselen. Isaac’s grote broer van viereneenhalf jaar oud is thuisgebleven in hun dorp Kalongwe.


In een klein ziekenhuisje in Fizi, in Oost-Congo zitten twee vrouwen met een kind op schoot op hun bed. De klamboes zijn weer opgerold, kinderen lopen tussen de bedden. De tweeëntwintigjarige Binwa Wilonda heeft haar zoontje Isaac Alimasiel op schoot. Isaac is nog geen twee jaar oud, maar is sinds vijf dagen opgenomen in het ziekenhuis met ondervoedingsverschijnselen. Isaac’s grote broer van viereneenhalf jaar oud is thuisgebleven in hun dorp Kalongwe.

Tegenover Isaac en zijn moeder zit Byaombe Masoka. Zij is twintig jaar oud en is naar het ziekenhuis gekomen met haar anderhalf jaar oude zoon Ngyeka Mupaya. De kleine Ngyeka vertoont dezelfde kenmerken als zijn vriendje Isaac. Zijn moeder maakt zich ongerust over de toestand van haar kind en over die van zijn broer die thuis gebleven is. Zolang ze in het ziekenhuis is, kan ze niet voor beide jongens tegelijk zorgen. Haar echtgenoot is van beroep metselaar. Maar als metselaar is niet veel ter verdienen in een gebied waar teruggekeerde vluchtelingen wonen. Ze hebben te weinig te besteden.

Byaombe vertelt: “Ik ben al heel vaak met Ngyeka in het ziekenhuis geweest maar zijn toestand verbetert niet. Nu hij weer is opgenomen zie ik dat zijn gezondheid beetje bij beetje vooruitgaat, maar ik maak me erg ongerust over zijn broer die thuisgebleven is en over wat er van ons zal worden wanneer we het ziekenhuis verlaten hebben. We hebben geen idee wat we dan kunnen eten. We hebben geen rooie cent."

De vrouwen zijn blij dat het weer wat beter gaat met hun kinderen. Ze hebben de hoop dat de kinderen weer helemaal gezond zullen worden. Toch maken ze zich ongerust over hun leefomstandigheden. Als hun voedingssituatie hetzelfde blijft hebben ze geen enkele garantie dat de genezing van hun kinderen blijvend is.

Deze gezinnen kunnen zichzelf er niet bovenop helpen; ze hebben behoefte aan ondersteuning, aan begeleiding in hun huishouding, aan zorg om ondervoeding tegen te gaan. ZOA helpt met zaden, landbouwgereedschap en trainingen. Zo krijgen vaders en moeders de kans hun eigen maïs, bonen en cassave te verbouwen en een goede maaltijd op tafel te zetten voor hun kinderen.

Deze Lifestory hoort bij het Lespakket Voedsel.